ECLI:NL:HR:2011:BR2822
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf, met vermindering daarvan, en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelt dat de eerste drie middelen van cassatie niet tot vernietiging kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is. Het vierde middel klaagt terecht over overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden en de uitspraak meer dan zestien maanden na het instellen van het cassatieberoep plaatsvindt.
Deze termijnoverschrijding leidt tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van zestien jaren naar vijftien jaar en zes maanden. De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur en verwerpt het beroep voor het overige. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en uitgesproken op 11 oktober 2011.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vijftien jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.