ECLI:NL:HR:2011:BR2817
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in strafzaak door Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Het hof had eerder uitspraak gedaan in de zaak, waarna de verdachte middels zijn advocaat middelen van cassatie heeft voorgesteld bij de Hoge Raad.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering acht de Hoge Raad geen nadere motivering noodzakelijk, omdat de middelen geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarop heeft de Hoge Raad het beroep van de verdachte verworpen en het arrest uitgesproken op 11 oktober 2011. De uitspraak werd gedaan door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen door de Hoge Raad.