ECLI:NL:HR:2011:BR2220
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest medeplegen geweld en bedreiging bij woninginbraak
De verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van woninginbraak, waarbij geweld en bedreiging met geweld werden gebruikt tegen meerdere slachtoffers. De feiten betroffen een inbraak op 27 mei 2009 waarbij met braak een woning werd betreden en geld werd weggenomen. Tijdens de vlucht werd geweld gebruikt tegen een slachtoffer en bedreigingen geuit met een mes tegen anderen.
Het hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van slachtoffers en politieprocessen-verbaal, waarin werd beschreven dat drie personen betrokken waren bij de inbraak en vlucht, waarbij geweld en bedreiging werden gepleegd. Het hof oordeelde dat verdachte medepleger was van het geweld en de bedreiging, omdat hij samen met medeverdachten handelde en zich niet distantieerde.
In cassatie stelde de verdediging dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans dat geweld of bedreiging door anderen zou worden gepleegd. De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd was ten aanzien van het medeplegen van geweld en bedreiging, en vernietigde het arrest. De zaak werd verwezen naar het hof Arnhem voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering medeplegen geweld en bedreiging en verwijst zaak terug naar hof Arnhem.