ECLI:NL:HR:2011:BR2104
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring witwassen wegens onvoldoende motivering
In deze zaak stond de verdachte terecht voor witwassen, omdat hij een geldbedrag van ongeveer €2.820,- had verborgen waarvan het hof oordeelde dat het afkomstig was uit een misdrijf. Tijdens een doorzoeking werd het geld aangetroffen in een woning, terwijl de verdachte een bijstandsuitkering ontving en geen legale inkomsten kon aantonen.
Het hof concludeerde dat het niet anders kon zijn dan dat het geld uit een misdrijf afkomstig was en dat de verdachte hiervan op de hoogte was. De verdachte had geen aannemelijke verklaring gegeven voor het bezit van het geld.
De Hoge Raad stelde echter vast dat het hof zijn oordeel onvoldoende had gemotiveerd en dat de bewezenverklaring daarom niet begrijpelijk was. De zaak werd vernietigd voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betrof en verwezen naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.
De Hoge Raad bevestigde dat het bewijs dat geld uit een misdrijf afkomstig is ook kan worden afgeleid uit de omstandigheden, mits dit voldoende gemotiveerd wordt. In deze zaak ontbrak die motivering.
Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen en de uitspraak werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 8 november 2011.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de bewezenverklaring en verwijst de zaak voor hernieuwde behandeling terug naar het gerechtshof.