ECLI:NL:HR:2011:BR0305
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe feiten
De aanvrager was door de Politierechter veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken wegens het doen van een valse aangifte. Hij diende een verzoek tot herziening in bij de Hoge Raad, waarin hij nieuwe omstandigheden aanvoerde.
De Hoge Raad beoordeelde het verzoek aan de hand van de wettelijke criteria voor herziening, zoals opgenomen in artikel 457 en Pro 459 van het Wetboek van Strafvordering. Deze vereisen dat het verzoek steunt op nieuwe feitelijke omstandigheden die bij de oorspronkelijke terechtzitting niet bekend waren en die het vermoeden wekken dat het onderzoek tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of een lichtere straf zou hebben geleid.
De Hoge Raad concludeerde dat de aanvrage niet voldeed aan deze criteria omdat de aangevoerde omstandigheden niet als nieuwe feiten konden worden aangemerkt. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en werd de eerdere veroordeling gehandhaafd.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 5 juli 2011.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten.