ECLI:NL:HR:2011:BQ9102
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van klaagschrift en beslag teruggave onder art. 552a en 116 Sv
In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal tegen een beschikking van de Rechtbank Haarlem waarbij een klaagschrift op grond van art. 552a Sv tot opheffing van beslag en teruggave van een bestelauto ongegrond werd verklaard. De rechtbank wees tevens het klaagschrift gericht tegen de mededeling van de Officier van Justitie dat de bestelauto zou worden teruggegeven aan een derde af.
De Hoge Raad heeft onderzocht of het Openbaar Ministerie nog bevoegd is een beslissing te nemen op grond van art. 116, tweede lid, Sv wanneer reeds een klaagschrift tot teruggave is ingediend. De Hoge Raad verwierp de stelling dat het OM daartoe niet meer vrij zou staan en oordeelde dat deze opvatting geen steun vindt in het recht.
Het beroep van de klager werd afgewezen omdat het onvoldoende feitelijke grondslag bood en de overige middelen niet tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad bevestigde daarmee de rechtmatigheid van de beslissing van de rechtbank en handhaafde het bevel tot teruggave van de bestelauto aan de derde partij.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde de beschikking tot teruggave van de bestelauto aan de derde partij.