ECLI:NL:HR:2011:BQ8885

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01785 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a SvArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen beslag ex artikel 94 Wetboek van Strafvordering

Op 13 september 2011 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een cassatieprocedure met nummer 10/01785 B, waarin het beroep was ingesteld door de officier van justitie tegen een beschikking van de rechtbank Maastricht van 19 maart 2010. Het geschil betrof een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door een klaagster.

De raadsman van de klaagster heeft het beroep tegengesproken en de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft het middel van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet tot cassatie kan leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft het beroep derhalve verworpen en de beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, samen met raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in aanwezigheid van de waarnemend griffier E. Schnetz. De uitspraak werd gedaan in raadkamer en ter openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de officier van justitie wordt verworpen.

Uitspraak

13 september 2011
Strafkamer
nr. 10/01785 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Maastricht van 19 maart 2010, nummer RK 09/464, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[Klaagster 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de Officier van Justitie. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadsman van de klaagster, mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, heeft het beroep tegengesproken.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 september 2011.