ECLI:NL:HR:2011:BQ8782
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag in familierechtelijke procedure
In deze zaak stond het verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag over het kind centraal. De vader had tegen de beschikking van het gerechtshof Arnhem beroep in cassatie ingesteld. De moeder verzocht het beroep te verwerpen of niet-ontvankelijk te verklaren.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de vader verworpen. De aangevoerde klachten konden niet leiden tot cassatie en behoefden geen nadere motivering, aangezien zij niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten.
De uitspraak bevestigt de toepassing van de artikelen 1:251a en 1:253n BW in het familierecht betreffende het gezamenlijk gezag. De Hoge Raad handhaafde hiermee het oordeel van het gerechtshof en de rechtbank Arnhem, waarmee het gezamenlijk gezag werd beëindigd.
De beschikking werd gegeven door de raadsheren Bakels, Asser en Drion en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Schendel op 30 september 2011.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en het gezamenlijk gezag blijft beëindigd.