ECLI:NL:HR:2011:BQ8105

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01820
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel gerechtshof over verdeling ontbonden huwelijksgoederengemeenschap

In deze zaak stond de verdeling van een ontbonden huwelijksgoederengemeenschap centraal. De vrouw had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarin het hof een beslissing had genomen over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.

De man was in cassatie niet verschenen en verstek was tegen hem verleend. De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen van de rechtbank Breda en het arrest van het hof, die integraal onderdeel uitmaken van het dossier. De Advocaat-Generaal had geconcludeerd dat het cassatieberoep verworpen moest worden.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet noodzakelijk was, aangezien de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees het beroep af en bepaalde dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Hiermee werd het arrest van het gerechtshof bekrachtigd en het eerdere oordeel bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

9 september 2011
Eerste Kamer
10/01820
EV/RA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats]
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 132872/HA ZA 04-858 van de rechtbank Breda van 4 augustus 2004, 11 oktober 2006 en 21 maart 2007;
b. het arrest in de zaak HD 103.005.172 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 8 december 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de man is verstek verleend.
De zaak is voor de vrouw toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door J.C. van Oven op 9 september 2011.