ECLI:NL:HR:2011:BQ7582
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over navorderingsaanslagen en boeten vermogensbelasting
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen in de vermogensbelasting opgelegd over de jaren 1993 tot en met 2000, met daarbij verhogingen en boeten. De Inspecteur weigerde kwijtschelding van de verhogingen en legde heffingsrente op. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslagen en boeten. Het Hof verklaarde de beroepen van belanghebbende deels gegrond, vernietigde de uitspraken van de Inspecteur en matigde de aanslagen, boeten en verhogingen.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het Hofarrest. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte de boeten en verhogingen niet juist had beoordeeld, met name door miskenning van eerdere arresten over de bewijslast en de wijze van belastinggrondslagbepaling. De Hoge Raad vernietigde daarom het Hofarrest voor zover het de verhogingen over 1993-1998 en boeten over 1999-2000 betrof.
De zaak werd verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing, met nadruk op correcte toepassing van het arrest van 15 april 2011. Tevens werd belanghebbende het betaalde griffierecht vergoed. De Hoge Raad verwierp verder de overige middelen en oordeelde dat geen proceskostenveroordeling op zijn plaats was.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het Hofarrest vernietigd voor bepaalde onderdelen en de zaak verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage.