ECLI:NL:HR:2011:BQ7054

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01611
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verwerping cassatie tegen arrest inzake vaststellingsovereenkomst arbeidsbeëindiging

In deze zaak stond centraal de vraag of er een vaststellingsovereenkomst was overeengekomen met betrekking tot de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen eiseres en de Nederlands-Duitse Handelskamer (NDHK).

De procedure begon bij de kantonrechter te 's-Gravenhage, waarna het gerechtshof te 's-Gravenhage op 8 september 2009 een arrest wees. Eiseres stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen dit arrest.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiseres verworpen. De klachten die in het middel waren aangevoerd, konden niet leiden tot cassatie en behoefden geen nadere motivering, mede gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering. Daarnaast werd eiseres veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Deze uitspraak bevestigt de eerdere rechtspraak omtrent de vaststellingsovereenkomst en de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, zonder nieuwe rechtsvragen te introduceren.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

8 juli 2011
Eerste Kamer
10/01611
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. B.A. Boer,
t e g e n
de vereniging NEDERLANDS-DUITSE HANDELSKAMER,
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. U.W.G. Thöle.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en NDHK.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 605998 RL EXPL 06-17101 van de kantonrechter te 's-Gravenhage van 18 juni 2007;
b. het arrest in de zaak 105.006.633/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 8 september 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
NDHK heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 9 juni 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van NDHK begroot op € 511,34 voor verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren E.J. Numann, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, C.A. Streefkerk en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 juli 2011.