ECLI:NL:HR:2011:BQ6692

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04437 P
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt overschrijding redelijke termijn zonder compensatie in ontnemingszaak

Op 5 juli 2011 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een cassatieprocedure betreffende een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het beroep was ingesteld door betrokkene tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 6 oktober 2009.

De Hoge Raad beoordeelde twee middelen. Het eerste middel werd zonder nadere motivering verworpen omdat het geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriep. Het tweede middel klaagde over de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, omdat stukken te laat door het hof waren ingezonden.

Hoewel de Hoge Raad het middel gegrond achtte, leidde dit niet tot cassatie. De overschrijding van de redelijke termijn werd gecompenseerd in de samenhangende strafzaak die ook in cassatie aanhangig is. Daarom verbond de Hoge Raad aan de overschrijding in deze ontnemingszaak geen rechtsgevolg en verwierp het beroep van betrokkene.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks erkenning van termijnoverschrijding, omdat compensatie in de samenhangende strafzaak wordt toegepast.

Uitspraak

5 juli 2011
Strafkamer
nr. 09/04437 P
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 6 oktober 2009, nummer 24/000437-09, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[Betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van het tweede middel
3.1. Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2. Het middel is gegrond. Tot cassatie behoeft dit echter niet te leiden. Ook in de met deze ontnemingszaak samenhangende strafzaak, welke in cassatie aanhangig is onder nr. 09/04436, is de redelijke termijn in de cassatiefase overschreden. De compensatie tot welke de overschrijding van de redelijke termijn moet leiden, zal worden toegepast in de hoofdzaak.
3.3. Gelet hierop is er geen aanleiding om in de onderhavige zaak aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 5 juli 2011.