ECLI:NL:HR:2011:BQ6691
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor mensenhandel en uitbuiting ondanks affectieve relatie
In deze zaak stond de verdachte terecht voor mensenhandel en uitbuiting van een kwetsbaar slachtoffer gedurende de periode van januari tot augustus 2008. Het hof had vastgesteld dat verdachte het slachtoffer, ondanks een vermeende affectieve relatie, had gehuisvest en misbruikt door middel van psychisch overwicht, seksuele en huishoudelijke arbeid, en financiële uitbuiting.
De verdachte stelde in cassatie dat er sprake was van een gewone affectieve relatie gebaseerd op wederzijdse instemming, maar de Hoge Raad verwierp dit verweer wegens gebrek aan feitelijke grondslag. Het hof had terecht geoordeeld dat de combinatie van gedragingen een ernstige inbreuk vormde op de lichamelijke en geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid van het slachtoffer, wat kwalificeert als uitbuiting volgens artikel 273f Sr.
Daarnaast erkende de Hoge Raad dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden, wat leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf tot een jaar en elf maanden. De overige klachten van de verdachte werden verworpen, waarmee het hofarrest grotendeels in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor mensenhandel en uitbuiting en vermindert de gevangenisstraf tot een jaar en elf maanden wegens termijnoverschrijding.