ECLI:NL:HR:2011:BQ6687
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt juiste taakvervulling van hof bij ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage over de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof had eerder het vonnis van de rechtbank vernietigd en het bedrag van het voordeel vastgesteld op circa €45.700. Na vernietiging door de Hoge Raad in 2009 werd de zaak terugverwezen voor herberechting.
Het hof heeft vervolgens opnieuw de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld, waarbij het onder meer rekening hield met inkomsten, de waarde van een Rolexhorloge en ontbrekende uitgaven. De verdediging voerde aan dat het hof zijn taak als verwijzingsrechter had miskend door niet het gehele onderzoek opnieuw te starten.
De Hoge Raad oordeelt dat dit middel feitelijk ongegrond is. Het hof heeft immers een zelfstandig nieuw onderzoek verricht en de zaak opnieuw berecht en afgedaan, ook al heeft het in zijn overwegingen de motivering van het eerdere arrest gedeeltelijk overgenomen en aangevuld. Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand met de verplichting tot betaling van €43.000,- ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.