ECLI:NL:HR:2011:BQ6094
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Recht op rechtsbijstand tijdens politieverhoor minderjarige verdachte en bewijsuitsluiting bij verzuim
In deze strafzaak stond de vraag centraal of verklaringen van een minderjarige verdachte die tijdens het politieverhoor zonder bijstand van een raadsman zijn afgelegd, voor het bewijs mogen worden gebruikt. De verdachte werd onder meer verdacht van het verkopen van hasjiesj aan minderjarigen en het bezit van verschillende wapens. Het hof had de verklaringen van de verdachte, die zonder bijstand waren afgelegd, wel als bewijs gebruikt.
De Hoge Raad verwijst naar zijn eerdere arrest van 30 juni 2009 (LJN BH3079) waarin is vastgesteld dat minderjarige verdachten recht hebben op bijstand van een raadsman of vertrouwenspersoon tijdens het politieverhoor. Het hof had onterecht geoordeeld dat dit recht niet gold voor verhoren vóór 30 juni 2009. De Hoge Raad benadrukt dat het ontbreken van deze bijstand in principe leidt tot bewijsuitsluiting, tenzij uitzonderingen van toepassing zijn, die hier niet aan de orde zijn.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling. Hiermee wordt het belang van rechtsbescherming van minderjarige verdachten tijdens politieverhoren onderstreept en wordt bevestigd dat schending van dit recht ernstige gevolgen heeft voor de bewijsvoering.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling vanwege het ontbreken van rechtsbijstand tijdens het politieverhoor van de minderjarige verdachte.