ECLI:NL:HR:2011:BQ6005

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/05222
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep door Hoge Raad in strafzaak tegen verdachte

Op 5 juli 2011 heeft de Hoge Raad der Nederlanden het cassatieberoep van verdachte verworpen. Het beroep was ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 25 september 2009. Namens verdachte had mr. J.C. Oudijk een middel van cassatie voorgesteld, waarop de Advocaat-Generaal Vegter had geconcludeerd tot verwerping.

De raadsman van verdachte heeft schriftelijk op deze conclusie gereageerd. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat het geen nadere motivering behoeft, omdat het middel geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept.

Het arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, en uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier E. Schnetz. Hiermee is het cassatieberoep definitief verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen door de Hoge Raad.

Uitspraak

5 juli 2011
Strafkamer
nr. 09/05222
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 25 september 2009, nummer 20/002711-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.C. Oudijk, advocaat te Venlo, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 5 juli 2011.