ECLI:NL:HR:2011:BQ5780
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voeging en schadevordering benadeelde partij en minderjarige dochter in strafproces
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de benadeelde partij zich ook als wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige dochter als benadeelde partij in het geding mocht voegen met een vordering tot schadevergoeding. De verdachte werd veroordeeld voor het onttrekken en onttrokken houden van de minderjarige aan het wettig gezag door haar zonder toestemming naar Tunesië te brengen.
De rechtbank kende aan de benadeelde partij een immateriële schadevergoeding toe en wees een deel van de materiële schade toe, maar verklaarde de vordering voor immateriële schade van de minderjarige niet-ontvankelijk. In hoger beroep werd het voorschot op immateriële schade voor de minderjarige alsnog toegewezen, waarbij het hof oordeelde dat de benadeelde partij zich ook als wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige in het geding had gevoegd.
De Hoge Raad bevestigde dat deze voeging rechtmatig was op grond van de oude artikelen 51b en 421 Sv en het Burgerlijk Wetboek. Het beroep van de verdachte werd verworpen. Het arrest benadrukt de rol van de wettelijk vertegenwoordiger bij schadevorderingen van minderjarigen in strafzaken en bevestigt de toewijzing van een voorschot op immateriële schade voor de minderjarige.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de voeging en schadevergoeding aan de benadeelde partij en haar minderjarige dochter.