ECLI:NL:HR:2011:BQ5725
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vervolgingsuitsluitingsgrond bij afpersing faalt, vermindering gevangenisstraf wegens overleveringsdetentie
De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor afpersing met valsheid in geschrifte. De verdediging voerde onder meer aan dat de vervolgingsuitsluitingsgrond van art. 316 Sr Pro van toepassing was omdat het slachtoffer de ex-echtgenote van verdachte was. De Hoge Raad stelt dat deze grond slechts leidt tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en geen invloed heeft op de bewezenverklaring. Omdat de verdediging in feitelijke aanleg geen beroep op niet-ontvankelijkheid had gedaan, faalt dit middel.
Daarnaast klaagt de verdediging dat de tijd die verdachte in Duitsland in overleveringsdetentie heeft doorgebracht niet in mindering is gebracht op de straf. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof dit had moeten toepassen conform art. 27 Sr Pro en beveelt vermindering van de gevangenisstraf met de overleveringsdetentietijd. Tevens wordt de straf verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor zover het de duur van de gevangenisstraf betreft, vermindert deze tot 29 maanden en beveelt dat de buitenlandse detentietijd in mindering wordt gebracht. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Gevangenisstraf verminderd tot 29 maanden met in mindering gebrachte overleveringsdetentie.