ECLI:NL:HR:2011:BQ5700

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/05077
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 3:310 BWArt. 3:317 BW
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verwerping beroep wegens verjaring in schadevergoeding

In deze zaak vordert eiser schadevergoeding van het regiopolitiekorps Utrecht. De kern van het geschil betreft de vraag of de vordering tijdig is gestuit en daarmee niet verjaard volgens de artikelen 3:310 en 3:317 BW.

De zaak is in eerste aanleg behandeld door de kantonrechter te Utrecht, waarna het gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, het geschil in hoger beroep heeft beoordeeld. Het hof heeft het beroep van eiser afgewezen wegens verjaring van de vordering.

Eiser heeft vervolgens cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen omdat de aangevoerde klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof dat de vordering verjaard is en dat de stuiting niet tijdig heeft plaatsgevonden.

De Hoge Raad veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding en verwijst naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof voor het volledige feitencomplex en de motivering.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding is verjaard.

Uitspraak

9 september 2011
Eerste Kamer
09/05077
DV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
REGIOPOLITIEKORPS UTRECHT,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de politie.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 526102 UC EXPL 07-7471pe van de kantonrechter te Utrecht van 19 september 2007 en 28 november 2007;
b. het arrest in de zaak 200.003.309 van het gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, van 16 juni 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De politie heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de politie mede door mr. M.M. van Asperen, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de politie begroot op € 384,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 9 september 2011.