ECLI:NL:HR:2011:BQ4723
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens onterechte verklaring tot ongewenst vreemdeling en vrijspraak
De aanvrager werd door de Politierechter veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf voor het als vreemdeling verblijven in Nederland terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard.
Na de veroordeling bleek uit een brief van de Immigratie- en Naturalisatiedienst dat de intrekking van de verblijfsvergunning van de aanvrager ten onrechte had plaatsgevonden en dat de beschikking tot ongewenstverklaring van 29 november 2007 moet worden beschouwd als nooit gegeven.
De Hoge Raad oordeelt dat deze nieuwe feiten een omstandigheid vormen die herziening rechtvaardigt op grond van artikel 457 Sv Pro, omdat de Politierechter bij kennis hiervan de aanvrager waarschijnlijk vrijgesproken zou hebben. Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond, beveelt opschorting van de tenuitvoerlegging en verwijst de zaak naar het Gerechtshof voor nieuwe behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak voor nieuwe behandeling naar het Gerechtshof.