ECLI:NL:HR:2011:BQ4290

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01969
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad herstelt werkstraf in cassatiezaak na onjuiste strafoplegging hof

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin hij werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 140 uren, subsidiair 70 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal had in hoger beroep een werkstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, gevorderd. Het hof motiveerde zijn strafoplegging door vergelijkbare rechterlijke uitspraken en achtte de door de advocaat-generaal gevorderde werkstraf passend.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof een misslag heeft begaan door een werkstraf van 140 uren op te leggen in plaats van 100 uren zoals gevorderd. De Hoge Raad herstelt deze fout en legt de werkstraf van 100 uren op, naast de voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met proeftijd van twee jaar. Voor het overige wordt het beroep verworpen.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en acht geen nadere motivering nodig, omdat de overige klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Uitkomst: Hoge Raad herstelt werkstraf tot 100 uren naast voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met proeftijd.

Uitspraak

1 november 2011
Strafkamer
nr. 10/01969
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 22 december 2009, nummer 20/004238-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G.J.P.M. Mooren, advocaat te Goirle, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch uitsluitend ten aanzien van de strafoplegging, dat de Hoge Raad de strafoplegging zal verbeteren en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Mede gelet op HR 7 juni 2011, LJN BP2740, behoeft dit, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van het tweede middel
3.1. Het middel klaagt dat de strafoplegging onbegrijpelijk is.
3.2. Het Hof heeft de verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaren en een werkstraf voor de duur van 140 uren, subsidiair 70 dagen hechtenis. Het Hof heeft deze strafoplegging onder meer als volgt gemotiveerd:
"De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren, alsmede tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.
(...)
Het hof heeft voor wat betreft de op te leggen strafsoort en hoogte van de straf acht geslagen op rechterlijke uitspraken met betrekking tot feiten, die met het onderhavige geval (grosso modo) vergelijkbaar zijn. Aan de hand daarvan acht het hof oplegging van de door de advocaat-generaal gevorderde werkstraf in dit geval een passende reactie."
3.3. Voor zover het middel klaagt over de hoogte van de opgelegde werkstraf, slaagt het. Het Hof heeft gelet op de strafmotivering beoogd aan de verdachte een werkstraf op te leggen als door de Advocaat-Generaal is gevorderd.
De Hoge Raad herstelt deze misslag en zal verstaan dat door het Hof naast een voorwaardelijke gevangenisstraf een taakstraf bestaande uit een werkstraf van éénhonderd uren, subsidiair vijftig dagen hechtenis is opgelegd.
3.4. De klacht kan dus niet tot cassatie leiden. Voor het overige kan het middel ook niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verstaat dat het Hof naast een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand met een proeftijd van twee jaren heeft opgelegd een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van éénhonderd uren, subsidiair vijftig dagen hechtenis;
verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 1 november 2011.