ECLI:NL:HR:2011:BQ3881
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot scheiding van tafel en bed met nevenvoorzieningen afgewezen door Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot scheiding van tafel en bed met nevenvoorzieningen tussen een vrouw zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland en een man woonachtig in Nederland. De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam met beschikkingen in 2008 en 2009, waarna het gerechtshof Amsterdam op 6 april 2010 een beschikking uitvaardigde. De vrouw stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad verwijst voor het verloop van het geding in de feitelijke instanties naar de eerdere beschikkingen en het hofarrest. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep op grond van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO).
De Hoge Raad oordeelt dat de in cassatie aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat deze geen beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling vereisen. Daarom wordt het beroep verworpen zonder nadere motivering.
De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Van Oven en Van Schendel, waarbij Van Oven het arrest in het openbaar uitsprak op 9 september 2011.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van het hof Amsterdam blijft in stand.