ECLI:NL:HR:2011:BQ3659
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
Op 5 juli 2011 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van betrokkene verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 20 oktober 2009. Het geschil betrof een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. P.H.L.M. Souren, stelde middelen van cassatie voor, welke door de Advocaat-Generaal Silvis werden verworpen.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, aangezien de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Hiermee blijft het vonnis van het gerechtshof ongewijzigd van kracht en wordt de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.