ECLI:NL:HR:2011:BQ3215
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt overschrijding redelijke termijn zonder rechtsgevolg
In deze strafzaak is door de verdachte cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad beoordeelt twee middelen. Het eerste middel wordt zonder nadere motivering verworpen omdat het geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept.
Het tweede middel klaagt over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, vanwege het te laat aanleveren van stukken door het hof in de cassatiefase. De Hoge Raad acht dit middel gegrond en erkent de overschrijding.
Gezien de opgelegde straf van een werkstraf van 50 uur, subsidiair 25 dagen hechtenis, en de mate van overschrijding, ziet de Hoge Raad echter geen aanleiding om aan deze overschrijding rechtsgevolgen te verbinden. Het beroep wordt daarom verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep ondanks overschrijding van de redelijke termijn zonder rechtsgevolg.