ECLI:NL:HR:2011:BQ3137
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf na cassatie in liquidatiezaak met verbetering arrest
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in een liquidatiezaak waarbij de verdachte samen met een mededader het slachtoffer op 20 april 2006 in een café heeft doodgeschoten. De verdachte bekende de feiten in hoger beroep en gaf een gedetailleerde verklaring over de voorbereiding en uitvoering van de liquidatie.
Het hof baseerde zijn oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder de bekentenis van de verdachte, politierapporten en een gerechtelijk laboratoriumrapport. Het hof oordeelde dat de redelijke termijn voor berechting in eerste aanleg licht was overschreden, maar dat dit door de voortvarende behandeling in hoger beroep werd gecompenseerd.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte volstond met een opsomming van bewijsmiddelen zonder ondubbelzinnige bekentenis, maar dat de verklaring van de verdachte dit wel rechtvaardigde. Tevens verbeterde de Hoge Raad een kennelijke misslag in het arrest van het hof omtrent de rol van de mededader bij het schieten.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en verminderde deze tot twaalf jaar en zes maanden, vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot twaalf jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.