ECLI:NL:HR:2011:BQ2739
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep tegen tussentijdse beëindiging WSNP verzoek
In deze zaak stond een verzoek tot tussentijdse beëindiging van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) centraal. Verzoekers hadden bij het hof beroep ingesteld tegen een eerdere beschikking van de rechtbank waarin het verzoek werd afgewezen. Het hof oordeelde dat niet was voldaan aan de voorwaarden van artikel 350 lid 3 onder Pro f van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO), die vereisen dat er feiten en omstandigheden zijn die tussentijdse beëindiging rechtvaardigen.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van verzoekers beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Gezien artikel 81 RO Pro was geen nadere motivering vereist, omdat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaken.
Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd. Hiermee blijft de afwijzing van het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de WSNP in stand. De uitspraak is gedaan door de raadsheren Hammerstein, Bakels en Asser, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 20 mei 2011.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de afwijzing van het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de WSNP.