ECLI:NL:HR:2011:BQ2305
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofbeslissing over terugwerkende kracht nihilstelling alimentatieplicht tussen ex-echtgenoten
Partijen zijn in 1981 gehuwd en in 2005 gescheiden, waarbij de man alimentatie aan de vrouw moest betalen. De rechtbank stelde de alimentatie vast op € 2.000 per maand met ingang van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking op 30 mei 2005. Het hof verlaagde de alimentatie tot € 1.417 per maand met ingang van die datum. De man verzocht in 2007 om nihilstelling van de alimentatie met terugwerkende kracht vanaf 30 mei 2005, stellende dat de vrouw geen behoefte had aan alimentatie en dat zij jarenlang geen betaling had gevraagd.
De rechtbank wees dit verzoek af, maar het hof stelde de alimentatie op nihil met ingang van 23 december 2009, de datum van zijn beschikking. Het hof motiveerde niet waarom de nihilstelling niet met terugwerkende kracht vanaf 30 mei 2005 werd toegekend, ondanks de stellingen van de man over de ontbrekende behoefte van de vrouw en zijn draagkracht.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn beslissing onvoldoende heeft gemotiveerd en dat de verklaring van de man dat hij geen terugvordering zal doen niet volstaat om de latere ingangsdatum te rechtvaardigen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het hofarrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het gerechtshof Amsterdam.