ECLI:NL:HR:2011:BQ1128

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/05600
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 242 lid 1 Faillissementswet
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling ontvankelijkheid en bevoegdheid verzoek intrekking voorlopige surseance bij faillietverklaring

In deze zaak stond centraal de vraag of het verzoek tot intrekking van een voorlopige surseance van betaling onder gelijktijdige faillietverklaring ontvankelijk en bevoegd was. Agrenco, de verzoekster tot cassatie, stelde dat het gerechtshof ten onrechte haar verzoek niet ontvankelijk en bevoegd had verklaard.

De feiten betreffen een procedure waarin het gerechtshof Amsterdam op 21 december 2010 een arrest heeft gewezen, waarbij het verzoek van Agrenco werd afgewezen. Agrenco stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 13 mei 2011 het cassatieberoep verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat de klachten niet leidden tot rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Hiermee bevestigde de Hoge Raad het oordeel van het gerechtshof dat het verzoek tot intrekking van de voorlopige surseance onder gelijktijdige faillietverklaring niet ontvankelijk en bevoegd was. De uitspraak is gedaan door de raadsheren van Buchem-Spapens, van Oven, van Schendel en in het openbaar door Numann.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het verzoek tot intrekking van de voorlopige surseance onder gelijktijdige faillietverklaring niet ontvankelijk en bevoegd was.

Uitspraak

13 mei 2011
Eerste Kamer1
0/05600
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
AGRENCO NETHERLANDS N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
1. de rechtspersoon naar het recht van de Bahamas CREDIT SUISSE BRAZIL (BAHAMAS) LIMITED,
2. de rechtspersoon naar Zwitsers recht CREDIT SUISSE CAYMAN BRANCH,
3. de rechtspersoon naar Frans recht NATIXIS S.A.,
gevestigd te Parijs, Frankrijk,
4. de rechtspersoon naar Duits recht HSH NORDBANK A.G., New York Branch,
gevestigd te New York, Verenigde Staten van Amerika,
5. de rechtspersoon naar het recht van de staat New York, Verenigde Staten van Amerika ROSEMOUNT GLOBAL TRADE FINANCE FUND L.P.,
gevestigd te New York, Verenigde Staten van Amerika,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Agrenco en Credit Suisse c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak met surséancenummer 10.0044-S en faillissementsnummer 10.0839-F van de rechtbank Amsterdam van 26 november 2010;
b. het arrest in de zaak 200.078.171/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 21 december 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Agrenco beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Credit Suisse c.s. hebben verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor Agrenco toegelicht door haar advocaat en voor Credit Suisse c.s. door mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 mei 2011.