ECLI:NL:HR:2011:BQ0758
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens juiste betekening dagvaarding in hoger beroep
In deze strafzaak betrof het cassatieberoep de vraag of de betekening van de inleidende dagvaarding in hoger beroep nietig verklaard moest worden. De dagvaarding was uitgereikt aan de advocaat van de verdachte, wat volgens art. 450 lid 4 Sv Pro gelijkstaat aan uitreiking aan de verdachte zelf.
De verdachte had de mogelijkheid om in hoger beroep te klagen over de wijze van betekening, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat een dergelijke klacht in cassatie dan niet met vrucht kan worden ingebracht.
Het hof had de verdachte bij verstek veroordeeld omdat hij noch hijzelf, noch zijn raadsman bij de terechtzitting waren verschenen. De Hoge Raad concludeert dat de dagvaarding correct is betekend en het middel faalt. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat de dagvaarding rechtsgeldig aan de gemachtigde van verdachte is betekend.