ECLI:NL:HR:2011:BQ0049
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bewezenverklaring verkoop cocaïne wegens onvoldoende bewijs
De verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem bewezenverklaard dat hij tussen 1 januari 2007 en 1 december 2007 in Zwolle en elders in Nederland cocaïne in dealers- en gebruikershoeveelheden had verkocht aan meerdere personen. Deze bewezenverklaring steunde op verklaringen van betrokkenen, een huiszoeking met inbeslagname van druggerelateerde materialen en deskundigenverklaringen over de aard van de aangetroffen voorwerpen.
De verdachte stelde cassatie in tegen dit arrest, waarbij vier middelen werden voorgesteld. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest voor zover het de bewezenverklaring van het vierde tenlastegelegde feit betrof en tot terugwijzing van de zaak voor hernieuwde behandeling.
De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring van de verkoop van cocaïne in de genoemde periode niet kon worden afgeleid uit de gebruikte bewijsmiddelen en vernietigde het arrest uitsluitend voor dat onderdeel. De zaak werd terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling van dat onderdeel. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.
Het arrest werd gewezen door de vice-president Koster als voorzitter en de raadsheren de Savornin Lohman en Thomassen, en uitgesproken op 28 juni 2011.
Uitkomst: Het arrest van het hof werd vernietigd voor het onderdeel bewezenverklaring verkoop cocaïne en terugverwezen voor hernieuwde berechting.