ECLI:NL:HR:2011:BP9874
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Belang bij hoger beroep tegen echtscheidingsbeschikking ondanks inschrijving in registers
Partijen zijn op 5 december 2005 gehuwd. De vrouw verzocht op 16 december 2008 de rechtbank om echtscheiding uit te spreken en alimentatie toe te kennen. De rechtbank sprak op 15 april 2009 de echtscheiding uit en legde alimentatieverplichting op met ingang van inschrijving van de beschikking in de registers van de burgerlijke stand.
De man ging in hoger beroep tegen de alimentatieverplichting en richtte zich ook tegen de echtscheidingsuitspraak. Het hof verklaarde hem niet-ontvankelijk voor zover het hoger beroep tegen de echtscheiding gericht was, omdat de beschikking al was ingeschreven in de registers, waardoor volgens het hof geen belang meer bestond.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof hiermee miskende dat een echtscheiding pas tot stand komt door inschrijving van een echtscheidingsbeschikking die in kracht van gewijsde is gegaan, zoals bepaald in art. 1:163 lid 1 in Pro verbinding met art. 1:20 lid 2 BW Pro. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling. Het incidentele cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar een ander gerechtshof.