ECLI:NL:HR:2011:BP9448

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/00502 W
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatieberoep verworpen in zaak over strafoplegging bij illegale invoer heroïne

In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam betreffende de overname van een Britse rechterlijke beslissing over de illegale invoer van heroïne. De rechtbank had bij het bepalen van de straf in Nederland het feit als uitgangspunt genomen waarop de Britse rechter de veroordeling baseerde.

De discussie betrof het gewicht van de heroïne: de Britse rechter hanteert het gewicht van de zuivere stof, terwijl de Nederlandse rechter het totale gewicht van de aangetroffen heroïne kan hanteren. In deze zaak ging het om 36 kg heroïne met een zuiverheid van 45%, wat overeenkomt met 17,6 kg pure heroïne zoals in het Britse vonnis vermeld.

De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank niet is uitgegaan van een ander feit dan dat waarop de Britse veroordeling was gebaseerd, ondanks een kennelijke vergissing in het genoemde gewicht. De overige middelen van cassatie werden eveneens verworpen zonder nadere motivering, waarna het beroep werd afgewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de strafoplegging door de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

14 juni 2011
Strafkamer
nr. 11/00502 W
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank te Rotterdam van 6 december 2010, nummer 10/992028-10, op een verzoek van het Koninkrijk Groot-Brittannië tot overname van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing tegen:
[Veroordeelde], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Rijnmond, locatie De Schie" te Rotterdam.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft mr. N. Sprengers, advocaat te Woerden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1. Het middel behelst onder meer de klacht dat de Rechtbank bij de strafoplegging is uitgegaan van een ander feit dan het feit dat de Britse rechter aan zijn veroordeling ten grondslag heeft gelegd.
2.2. In de bestreden uitspraak is de Rechtbank bij het bepalen van de in Nederland op te leggen straf uitgegaan van een veroordeling door de Britse rechter wegens, kort gezegd, de illegale invoer van 37 kg heroïne. Zoals in de conclusie van de Advocaat-Generaal is uiteengezet dient de Britse rechter ingevolge de voor hem geldende "guidelines" wat betreft de kwalificatie van een feit als het onderhavige en wat betreft de strafoplegging uit te gaan van het gewicht aan pure drugs en niet van het gewicht aan versneden drugs. Een dergelijke verplichting bestaat voor de Nederlandse rechter niet.
In de conclusie van de Advocaat-Generaal is voorts uiteengezet dat het in deze zaak - naar in cassatie niet wordt bestreden - gaat om een aangetroffen hoeveelheid van 36 kg heroïne, met een zuiverheidsgraad van 45%, hetgeen neerkomt op het in het Britse vonnis genoemde gewicht van 17,6 kg pure heroïne.
Gelet op het voorgaande kan niet worden gezegd dat de Rechtbank - die kennelijk abusievelijk gewaagt van 37 in plaats van 36 kg heroïne - is uitgegaan van een ander feit dan dat waarop de veroordeling van de Britse rechter betrekking heeft.
2.3. De klacht faalt.
3. Beoordeling van de middelen voor het overige
Ook voor het overige kunnen de middelen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren C.H.W.M. Sterk en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 14 juni 2011.