ECLI:NL:HR:2011:BP9442

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01590
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens niet-indienen middelen binnen termijn

De zaak betreft een beroep in cassatie van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De verdachte, zonder bekende woon- of verblijfplaats, heeft het cassatieberoep ingesteld maar heeft geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnen de wettelijk gestelde termijn door een raadsman laten indienen.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat het niet indienen van middelen binnen de termijn een schending is van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, waardoor het beroep niet ontvankelijk is.

De Hoge Raad verklaart daarom het beroep van de verdachte niet-ontvankelijk en bevestigt hiermee de formele vereisten voor cassatieprocedures. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken op 21 juni 2011.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens niet-indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.

Uitspraak

21 juni 2011
Strafkamer
nr. 10/01590
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 19 januari 2010, nummer 22/000414-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren W.M.E. Thomassen en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op 21 juni 2011.