ECLI:NL:HR:2011:BP9398
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over beslissing inbeslaggenomen voorwerpen en wijst terug naar hof
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 19 januari 2010 vernietigd voor zover het hof geen beslissing heeft genomen over een inbeslaggenomen voorwerp onder nummer 21 en onjuiste beslissingen heeft genomen over andere voorwerpen. Het hof had geoordeeld dat bepaalde inbeslaggenomen voorwerpen, ook die behorend tot het dossier van een medeverdachte, in het belang van de strafprocedure bewaard moesten blijven zonder een formele beslissing zoals vereist onder art. 353 Sv Pro.
De Hoge Raad benadrukt dat art. 353 Sv Pro vereist dat de rechtbank een beslissing neemt over alle inbeslaggenomen voorwerpen die nog niet zijn teruggegeven, en dat deze bepaling alleen ziet op voorwerpen die in de zaak van de verdachte zelf zijn genomen, niet die van medeverdachten. Het hof had ten onrechte aangenomen dat het feit dat voorwerpen als stukken van overtuiging in het dossier zijn gevoegd, een beslissing over die voorwerpen overbodig maakt.
De Hoge Raad wijst de zaak terug naar het hof om opnieuw te beslissen over het lot van de betreffende inbeslaggenomen voorwerpen. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen. De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 13 september 2011.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest voor het ontbreken van een beslissing over een inbeslaggenomen voorwerp en wijst de zaak terug naar het hof.