ECLI:NL:HR:2011:BP9356
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie in economische strafzaak
Op 28 juni 2011 heeft de Hoge Raad der Nederlanden uitspraak gedaan in een cassatieprocedure tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, Economische Kamer, van 17 juni 2009. Het cassatieberoep was ingesteld door de verdachte, vertegenwoordigd door mr. Th.J. Kelder. De Advocaat-Generaal Machielse had geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het middel van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat het niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist, omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft daarom het beroep verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president F.H. Koster als voorzitter en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.M.E. Thomassen, in aanwezigheid van de waarnemend griffier S.C. Rusche.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.