ECLI:NL:HR:2011:BP8811
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring wegens onvoldoende onderbouwing in weigering ademonderzoek
Op 15 januari 2007 weigerde verdachte in Amsterdam mee te werken aan een ademonderzoek na een vordering door opsporingsambtenaren. Het hof verklaarde bewezen dat verdachte niet voldeed aan de verplichting om ademlucht te blazen in een apparaat zoals bedoeld in artikel 8, tweede lid, WVW 1994. De Hoge Raad oordeelt echter dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte het tenlastegelegde feit van niet meewerken aan het onderzoek conform artikel 163, tweede lid, WVW 1994 heeft begaan.
De bewezenverklaring is onvoldoende gemotiveerd omdat het hof feitelijk alleen heeft vastgesteld dat verdachte niet meewerkte aan een voorlopig onderzoek volgens artikel 160, vijfde lid, WVW 1994, maar dit feit niet ten laste is gelegd. Hierdoor voldoet de bewezenverklaring niet aan de wettelijke eisen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof Amsterdam voor zover het betrekking heeft op het onder 1 tenlastegelegde feit en de strafoplegging, en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 26 april 2011.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest voor het niet meewerken aan het ademonderzoek en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam.