ECLI:NL:HR:2011:BP8788
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over stelplicht en bewijslast werkgever bij arbeidsongeval volgens art. 7:658 BW
In deze zaak stond centraal de aansprakelijkheid van een werkgever voor een arbeidsongeval waarbij een werknemer letsel opliep tijdens het lossen van een vracht. De werknemer, een ervaren vrachtwagenchauffeur, raakte gewond toen een deel van een machine van de oplegger viel. De werknemer stelde dat de werkgever tekort was geschoten in haar zorgplicht op grond van art. 7:658 BW Pro.
De werkgever betwistte aansprakelijkheid en voerde aan dat zij had voldaan aan haar zorgplicht door instructies te verstrekken via een handboek en dat het ongeval mede te wijten was aan bewuste roekeloosheid van de werknemer. Zowel de kantonrechter als het hof wezen de vordering af, waarbij het hof oordeelde dat de werknemer onvoldoende had gesteld welke norm was geschonden.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug. De Hoge Raad stelde dat wanneer vaststaat dat de werknemer schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden, het aan de werkgever is om te stellen en zo nodig te bewijzen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Dit geldt ook als de werkgever de zorg heeft overgedragen aan hulppersonen. De werknemer hoeft niet te specificeren welke norm is geschonden. Het hof had ten onrechte een te zware stelplicht aan de werknemer opgelegd.
De Hoge Raad wees tevens op het belang van een evenwichtige procespositie van de werknemer en bevestigde dat de werkgever zich kan beroepen op het feit dat de schade mede het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Het incidentele cassatieberoep van de werkgever werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug, waarbij de werkgever de bewijslast draagt voor naleving van de zorgplicht.