ECLI:NL:HR:2011:BP8690

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03871
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in geschil over kinderalimentatie tussen voormalig echtelieden

In deze zaak staat een geschil tussen voormalig echtelieden centraal over de vaststelling van kinderalimentatie. De man, wonende te een woonplaats, heeft tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem beroep in cassatie ingesteld. Het hof had op 1 juni 2010 uitspraak gedaan na een eerdere beschikking van de rechtbank Arnhem van 20 juli 2009.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de man beoordeeld. De klachten die de man in zijn cassatiemiddel aanvoerde, zijn door de Hoge Raad onderzocht. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering oordeelde de Hoge Raad dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet noodzakelijk was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De conclusie van de Advocaat-Generaal was eveneens gericht op verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft daarop het cassatieberoep verworpen. De beschikking werd gegeven door raadsheren A. Hammerstein (voorzitter), F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer E.J. Numann op 10 juni 2011.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen het hofarrest inzake kinderalimentatie.

Uitspraak

10 juni 2011
Eerste Kamer
10/03871
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Biemond,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 179933/FA RK 09-10096 van de rechtbank Arnhem van 20 juli 2009;
b. de beschikking in de zaak 200.047.553 van het gerechtshof te Arnhem van 1 juni 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 juni 2011.