ECLI:NL:HR:2011:BP7962
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Toerekening van verlies bij fiscale eenheid na ontvoeging dochtermaatschappij
In deze zaak gaat het om de toerekening van verliezen binnen een fiscale eenheid, waarbij een dochtermaatschappij (belanghebbende) per 31 augustus 2003 werd ontvoegd. De Inspecteur had het aan belanghebbende toe te rekenen verlies op nihil gesteld, maar het hof had dit vastgesteld op €329.045. De Minister stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte het resultaat van belanghebbende over de periode tot ontvoeging niet correct heeft betrokken bij de verliesvaststelling. De zelfstandigheidsbenadering van artikel 15ah van de Wet Vennootschapsbelasting 1969 geldt alleen voor het verliesjaar en niet voor de jaren daarna, waardoor horizontale verliesverrekening binnen de fiscale eenheid in 2003 voorafgaat aan de zelfstandigheidsbenadering.
Op basis hiervan vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en stelt het aan belanghebbende toe te rekenen verlies vast op €152.593 voor 2001 en €82.089 voor 2002, waarbij het positieve resultaat van belanghebbende in 2003 tot 1 september slechts in mindering wordt gebracht voor zover dit niet reeds horizontaal is verrekend. De kwijtschelding van een schuld door Holding BV aan belanghebbende beïnvloedt deze berekening niet.
De Hoge Raad wijst het beroep van de Minister toe en wijzigt de beschikking dienovereenkomstig. Er worden geen proceskosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard en het aan belanghebbende toe te rekenen verlies wordt vastgesteld op €152.593 voor 2001 en €82.089 voor 2002.