ECLI:NL:HR:2011:BP6596

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01827
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hogeschool niet aansprakelijk voor voortzetting dansopleiding aan leerling

Eisers, leerlingen aan de Fontys Hogeschool voor de Kunsten, stelden de hogeschool aansprakelijk omdat zij hun dansopleiding niet mochten voortzetten. De rechtbank Breda en het gerechtshof te 's-Hertogenbosch hebben eerder geoordeeld over deze zaak, waarbij de hogeschool niet aansprakelijk werd gehouden.

Eisers stelden beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof van 22 december 2009. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de eisers veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van Fontys op nihil zijn begroot. De hogeschool is daarmee niet aansprakelijk gehouden voor de beëindiging van de dansopleiding van de eisers.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de hogeschool wordt niet aansprakelijk gehouden.

Uitspraak

20 mei 2011
Eerste Kamer
10/01827
RM/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiseres 2],
3. [Eiseres 3],
allen wonende te [woonplaats],
4. [Eiseres 4],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
STICHTING FONTYS, HOGESCHOOL VOOR DE KUNSTEN,
gevestigd te Tilburg,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en Fontys.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 170584/HA ZA 07-202 van de rechtbank Breda van 11 april 2007 en 6 februari 2008;
b. de arresten in de zaak HD 200.007.210 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 22 juli 2008 en 22 december 2009.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 22 december 2009 hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Fontys is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Fontys begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 mei 2011.