ECLI:NL:HR:2011:BP6594
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- C.E. Drion
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid statutair bestuurder voor schade wegens opzet of bewuste roekeloosheid
In deze zaak stond de vraag centraal of een statutair bestuurder op grond van artikel 7:661 BW Pro jegens zijn werkgever aansprakelijk kan worden gehouden voor door hem veroorzaakte schade. De discussie spitste zich toe op de vraag of aansprakelijkheid alleen kan worden aangenomen bij opzet, bewuste roekeloosheid of handelen in strijd met het goed werknemerschap zoals bedoeld in artikel 7:611 BW Pro.
De feiten betreffen een geschil tussen eiser en de Patrimoniums Woningstichting te Delfshaven, waarbij de lagere rechter en het gerechtshof reeds een oordeel hadden gegeven. Het hof had het beroep van eiser afgewezen en de Hoge Raad werd gevraagd dit oordeel te toetsen.
De Hoge Raad overwoog dat de maatstaf van artikel 2:9 BW Pro, die bepaalt dat een bestuurder alleen aansprakelijk is indien hem een ernstig verwijt kan worden gemaakt, buiten de rechtsstrijd valt en niet in de beoordeling mag worden betrokken. De klachten van eiser konden niet tot cassatie leiden en het beroep werd verworpen.
De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding en bevestigde daarmee de aansprakelijkheid van de bestuurder binnen de gestelde grenzen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de aansprakelijkheid van de statutair bestuurder bevestigd.