ECLI:NL:HR:2011:BP6588
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid herbegraving na overlijden moeder ondanks bezwaar van één kind
In deze zaak stond centraal of de Parochie en de participatiemaatschappij Haska onrechtmatig hadden gehandeld jegens eiser door het sluiten en uitvoeren van een overeenkomst over de herbegraving van stoffelijke overschotten van de vader en het zusje naast de moeder op de RK Begraafplaats te Sint Nicolaasga.
Eiser, één van de acht kinderen, stelde dat hij niet was betrokken bij de overeenkomst en dat zijn wens om de moeder naast de vader te begraven niet werd gerespecteerd. De moeder was overleden in 2006 en had de wens uitgesproken naast haar echtgenoot begraven te worden. De herbegraving was overeengekomen door zeven van de acht kinderen, die daarmee hun voorkeur uitspraken.
De rechtbank en het hof wezen de vorderingen van eiser af. Het hof overwoog dat, zelfs als het sluiten van de overeenkomst jegens eiser onrechtmatig was, de feitelijke situatie na het overlijden van de moeder en de wens van de meerderheid van de kinderen rechtvaardigde dat de herbegraving werd uitgevoerd. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep, waarbij werd benadrukt dat kwesties als deze door de familieleden gezamenlijk moeten worden beslist en dat het hof voldoende gemotiveerd had geoordeeld dat geen onrechtmatigheid bestond jegens eiser.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de herbegraving conform de wens van de meerderheid van de kinderen rechtmatig is en wijst het cassatieberoep van eiser af.