ECLI:NL:HR:2011:BP6044
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering schatting wederrechtelijk verkregen voordeel
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel was toegewezen. Betrokkene werd veroordeeld voor het handelen in cocaïne in de periode van januari 2005 tot maart 2007.
Het hof had het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op €5.650, gebaseerd op een veronderstelde verkoop van 50 gram cocaïne per week met een netto winst van €1 per gram. Deze schatting was mede gebaseerd op verklaringen van getuigen en de eigen verklaring van betrokkene tijdens de terechtzitting in hoger beroep.
De Hoge Raad oordeelt echter dat noch uit de verklaringen van getuigen, noch uit de verklaring van betrokkene zelf kan worden afgeleid dat hij daadwerkelijk 50 gram cocaïne per week verkocht. Hierdoor is de motivering van de schatting ontoereikend.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep. Het eerste middel van cassatie wordt verworpen, het tweede middel slaagt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onvoldoende motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.