ECLI:NL:HR:2011:BP6043
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot onderzoek dashboardkastje auto voor identificatie verdachte
In deze zaak stond centraal of de politie het dashboardkastje van de auto van de verdachte mocht doorzoeken om diens identiteit vast te stellen. De verdachte stelde dat de doorzoeking onrechtmatig was omdat hij zich had geïdentificeerd met een paspoort en de politie hem ambtshalve kende. Het hof oordeelde echter dat het onderzoek naar voorwerpen die de verdachte bij zich draagt, waaronder het dashboardkastje van de auto, onder de bevoegdheid van art. 55b lid 2 Sv valt indien dit noodzakelijk is voor identificatie.
De verdediging voerde aan dat de auto onrechtmatig was doorzocht en dat de gevonden verdovende middelen daardoor uitgesloten moesten worden van het bewijs. Het hof verwierp dit en stelde dat zelfs indien de doorzoeking onrechtmatig zou zijn geweest, de daaropvolgende fouillering met toestemming van de verdachte rechtmatig was en bewijsuitsluiting niet aan de orde was.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en oordeelde dat het onderzoek van het dashboardkastje onder de bevoegdheid van art. 55b lid 2 Sv valt en dat het hof dit oordeel voldoende heeft gemotiveerd. Het beroep in cassatie werd verworpen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen; het onderzoek van het dashboardkastje is bevoegd en rechtmatig.