ECLI:NL:HR:2011:BP5622
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-Van Kan
- W.F. Groos
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt exclusieve bevoegdheid strafrechter bij schade door strafvorderlijk dwangmiddel
In deze zaak vordert verzoeker schadevergoeding van het Land vanwege letsel opgelopen door politieoptreden waarbij hij werd beschoten tijdens een poging tot staandehouding. Het Land erkent het vuurwapengebruik maar stelt dat dit rechtmatig was ter uitvoering van hun taak.
Het hof stelde vast dat het geweld in verband stond met de toepassing van een strafvorderlijk dwangmiddel, hoewel verzoeker niet daadwerkelijk werd aangehouden of staande gehouden. Het hof oordeelde dat de civiele vordering van verzoeker op grond van artikel 182 SvNA Pro is uitgesloten vanwege de exclusieve bevoegdheid van de strafrechter.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verduidelijkt dat voor toepassing van artikel 182 SvNA Pro niet vereist is dat strafvervolging is ingesteld of dat het dwangmiddel volledig is toegepast. Schade die voortvloeit uit handelingen met het oog op of in verband met de toepassing van een strafvorderlijk dwangmiddel valt onder deze regeling. De civiele procedure is daarmee uitgesloten.
Het beroep van verzoeker wordt verworpen en hij wordt in de kosten van het geding in cassatie veroordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de exclusieve bevoegdheid van de strafrechter voor schadevergoeding bij toepassing van strafvorderlijke dwangmiddelen.