ECLI:NL:HR:2011:BP5608

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04566
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 RvArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt eisen aan bewijsaanbod in hoger beroep en verwerpt cassatieberoep

In deze zaak stond het cassatieberoep van Westlandse Plantenkwekerij B.V. tegen de arresten van het gerechtshof te 's-Gravenhage centraal. De zaak betrof procesrechtelijke vragen over de eisen die aan bewijsaanbod in hoger beroep gesteld moeten worden en de vraag of een bepaalde bewijsprognose verboden is.

De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen en arresten in de zaak en wees het cassatieberoep af zonder nadere motivering, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens werd vastgesteld dat er voldoende belang is bij de vordering en dat bepaalde stellingen nader toegelicht moesten worden conform artikel 22 Rv Pro.

De uitspraak bevestigt daarmee de bestaande jurisprudentie omtrent bewijsaanbod in hoger beroep en de procedurele vereisten die daarbij gelden. De Hoge Raad veroordeelde Westlandse Plantenkwekerij B.V. in de kosten van het geding in cassatie, maar begrootte de kosten aan de zijde van de wederpartij op nihil.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Westlandse Plantenkwekerij B.V. is verworpen.

Uitspraak

27 mei 2011
Eerste Kamer
09/04566
TT/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
WESTLANDSE PLANTENKWEKERIJ B.V.,
gevestigd te Made,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
[Verweerder], handelende onder de naam [A],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als WPK en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 02-2159 van de rechtbank 's-Gravenhage van 15 december 2004 en 18 mei 2005;
b. de arresten in de zaak 105.003.830/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 december 2008 (tussenarrest) en 14 juli 2009 (eindarrest).
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft WPK beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor WPK toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt WPK in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 27 mei 2011.