ECLI:NL:HR:2011:BP4660
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op laatste woord in hoger beroep zonder nieuwe onderzoekshandelingen
In deze zaak stond het recht van de verdachte op het laatste woord centraal. De verdachte was in hoger beroep verschenen en had op de eerste terechtzitting het laatste woord gehad. De procedure werd geschorst en op een latere datum voortgezet zonder dat er nieuwe onderzoekshandelingen plaatsvonden.
De verdachte stelde dat het onderzoek en de daarop gebaseerde uitspraak nietig waren omdat uit het proces-verbaal van de tweede zitting niet bleek dat hem opnieuw het recht op het laatste woord was gelaten. De Hoge Raad overwoog dat volgens artikel 345 Sv Pro en de jurisprudentie, waaronder HR LJN BN0011, het niet noodzakelijk is het laatste woord opnieuw te verlenen als dit al op een eerdere zitting is gedaan en er geen nieuwe onderzoekshandelingen zijn verricht.
De Hoge Raad verwierp het beroep van de verdachte en bevestigde dat het hof het onderzoek op de tweede zitting kon sluiten zonder het recht op het laatste woord opnieuw te verlenen. De overige middelen werden eveneens verworpen zonder nadere motivering omdat zij geen rechtsvragen opriepen die beantwoording behoefden.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen; het hof mocht het onderzoek sluiten zonder het recht op het laatste woord opnieuw te verlenen.