ECLI:NL:HR:2011:BP4650
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest over inzet technisch hulpmiddel bij opname vertrouwelijke communicatie
In deze strafzaak stond de inzet van een technisch hulpmiddel centraal waarmee vertrouwelijke communicatie werd opgenomen. Het hof had geoordeeld dat het gebruikte technische hulpmiddel niet voldeed aan de wettelijke eisen omdat het mogelijk was gesprekken af te luisteren zonder deze op te nemen, en sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde feit.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd. Volgens de Hoge Raad moet worden uitgegaan van een normaal gebruik van het technisch hulpmiddel, dat op het moment van gebruik was goedgekeurd en aan de wettelijke eisen voldeed. De mogelijkheid om het apparaat te manipuleren door het loskoppelen van een kabel mag niet leiden tot de conclusie dat het middel niet voldoet, tenzij is vastgesteld dat er daadwerkelijk onrechtmatig is afgeluisterd zonder opname.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting. De zaak betreft onder meer de vraag of de met het technische hulpmiddel verkregen vertrouwelijke communicatie als bewijs kan worden gebruikt en of de verdachte schuldig is aan het schenden van het ambtsgeheim.
De zaak bevat uitgebreide overwegingen over de technische eisen waaraan hulpmiddelen voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie moeten voldoen, zoals vastgelegd in het Besluit technische hulpmiddelen bijzondere opsporingsbevoegdheden en artikel 126ee Sv. Het arrest benadrukt het belang van betrouwbaarheid, herleidbaarheid en controleerbaarheid van de opgenomen gegevens.
De Hoge Raad stelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het technische hulpmiddel niet voldeed aan de eisen en dat het hof onvoldoende rekening heeft gehouden met het feit dat het middel was goedgekeurd en dat de mogelijkheid tot afluisteren zonder opname alleen relevant is indien sprake is van normaal gebruik van het apparaat.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting.