ECLI:NL:HR:2011:BP4606
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over keuze civiele procedure of strafsanctie Invorderingswet
In deze strafzaak was verdachte ten laste gelegd dat hij in de periode van maart 2000 tot december 2001 opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens had verstrekt aan de ontvanger, in strijd met de Invorderingswet 1990. Tijdens het hoger beroep stelde de raadsman dat nadat de burgerlijke rechter op vordering van de ontvanger gijzeling had bevolen om de belastingschuld te voldoen of adequate gegevens te verstrekken, het Openbaar Ministerie (OM) niet meer bevoegd was strafvervolging in te stellen.
Het Hof Amsterdam verklaarde het OM daarop niet-ontvankelijk en baseerde dit op een interpretatie van de Leidraad Invordering 1990, waarin de ontvanger een keuze zou moeten maken tussen het starten van een civiele procedure of het toepassen van de strafsanctie van hoofdstuk VIII, waardoor na het starten van een civiele procedure geen strafsanctie meer mogelijk zou zijn.
De Hoge Raad oordeelde dat deze uitleg te beperkt en onjuist is, gelet op de structuur en wetsgeschiedenis van de Invorderingswet. Het middel van het OM was terecht, en het arrest van het Hof werd vernietigd. De zaak werd terugverwezen naar het Hof Amsterdam voor hernieuwde berechting en afdoening van het hoger beroep.
De Hoge Raad benadrukte daarmee dat het OM niet automatisch niet-ontvankelijk is na civiele maatregelen zoals gijzeling en dat de keuze tussen civiele en strafrechtelijke sancties niet exclusief is zoals het Hof had geoordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting omdat het OM niet onontvankelijk is verklaard.