ECLI:NL:HR:2011:BP4454
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling evenredige pensioenopbouw bij beschikbare premieregeling volgens art. 7a PSW
De zaak betreft de uitleg van artikel 7a van de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) inzake de evenredige opbouw en financiering van pensioenaanspraken bij beschikbare premieregelingen. Eiseres stelde dat de wijze van kostentoerekening, waarbij in de eerste jaren hogere kosten ten laste van de premie werden gebracht, in strijd was met deze bepaling en vorderde een gelijkmatige verdeling van kosten over de looptijd.
De rechtbank en het hof verwierpen deze stelling, waarbij het hof oordeelde dat art. 7a PSW niet voorschrijft dat kosten jaarlijks lineair moeten worden toegerekend. De wetgever heeft bij beschikbare premieregelingen ruimte gelaten voor een stijgend beleggingsbestanddeel, waardoor in de beginjaren meer kosten kunnen worden ingehouden zonder dat dit per definitie leidt tot strijd met de evenredige pensioenopbouw.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat alleen sprake is van strijd met art. 7a PSW indien geen tijdsevenredige pensioenopbouw meer plaatsvindt. De hogere kosten in de beginjaren zijn toegestaan zolang de pensioenopbouw als geheel evenredig is. De klachten van eiseres worden verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt verworpen; de kostentoerekening is niet in strijd met art. 7a PSW.